Slakken

Een vorig keer vertelde ik over de souvenirs die je vakantiegevoel nog langer vast houden. Maar over eten daar kan ik natuurlijk ook wat over vertellen. Bijvoorbeeld over slakken. Ja, echt. Slakken. In het Deens heten die heerlijke ronde kaneelbroodjes namelijk Kanelsnegl, kaneelslak. Die moeten we zeker mee naar huis hebben. Ik maak ze ook wel zelf, een andere structuur maar wel een heerlijke smaak en een leuk werkje. Er bestaan namelijk verschillende soorten. In Denemarken vallen die onder de categorie Wienerbrod. Terwijl dit soort broodjes bij ons Deens Luxe/Deense broodjes worden genoemd. Ach, als het broodje maar een naam heeft toch? Die verwarring is ontstaan doordat in het verleden de Weense bakkers tijdens een staking door Deense bakkers werden ingehuurd om te komen bakken in Denemarken. Daardoor is die naam er aan gegeven. De broodjes volgens die methode worden van een bladerdeegachtig deeg gemaakt. Er zijn verschillende soorten, kanelsnegl, spandauer, frosnapper, kanelstang, tebirkes en nog veel meer. Kijk maar eens bij een Deense bakker naar binnen, een wereld aan heerlijk zoet (en hartig) gebak.

Thuis dit soort broodjes maken is een leuk werkje. Ik gebruik niet een recept met bladerdeeg maar een zoet broodachtig deeg (denk aan Franse brioche). Dit broodje is ooit ontstaan doordat de broodbakkers geen gebak soorten mochten bakken en toen met brooddeeg en allerlei toevoegingen toch zoetigheden maakten. Bij Ikea verkopen ze soortgelijke broodjes, zowel in het restaurant als in het winkeltje na de kassa’s. Verpakt heten ze gifflar, die van het restaurant heten kanelbullar. Van dit deeg kun je ook Kanelsnurrer maken. Dat is een knoop van dit deeg. Die maakte ik gister. Om te beginnen is het makkelijker om een rol te maken van het deeg en die in schijven te snijden die je daarna bakt.

Het volgende recept is voor ongeveer 30.


Ingrediënten:

5dl melk, lauwwarm

50 gram verse gist of 20 gram droge gist

125 gram zachte roomboter

1 theelepel grof zout. Bij gebruik van fijn zout een kwart minder gebruiken.

85 gram suiker (ca. 1 dl)

2 theelepels kardemom poeder

750 gram tarwebloem. Of 500 gram tarwebloem en 250 gram volkoren tarwebloem.


Vulling:

125 gram zachte roomboter

85 gram suiker (ca. 1 dl)

2 eetlepels kaneel


Bestrijken met:

1 eidooier

1 eetlepel melk

1/8 theelepel zout


Versieren met:

Parelsuiker of rietsuiker

(kun je ook weglaten)


Hoe te maken:

Doe de melk in een schaal (of de schaal van een keukenmachine) en roer het gist er in tot opgelost. Voeg boter, zout, suiker, kardemom en meel toe. (houdt een beetje meel achter). Kneed het deeg goed totdat het glad en glanzend is. Laat het afgedekt ongeveer 15 minuten rijzen. ( dit gaat heel goed met een natte theedoek over de kom, in een oven die even aan en daarna weer uitgezet is. Het voelt lauw binnen in de oven, NIET warm!!!)


Maak de vulling van boter, suiker en kaneel door alles goed door elkaar te roeren.


Deel het deeg na het rijzen in twee. Rol eerst een portie uit tot een vierkant van ca. 30x45 cm. Verdeel de helft van de vulling er over. Rol deze deeglap op vanaf de lange kant. Snijd in 15 stukken. Leg deze stukken op het snijvlak op een met bakpapier bekleede bakplaat. Dek af met een vochtige theedoek. Herhaal met het tweede stuk deeg. Laat ca. 20 minuten rijzen. (kan eventueel nog in de oven die UIT is)


Verwarm de oven voor op 250 graden Celsius.


Mix het eigeel met de melk en zout samen en verdeel dit met een bakkwastje over de broodjes. Bestrooi eventueel met suiker en bak ze in het midden van de oven in ongeveer 8-10 minuten gaar en goudbruin.

Extra. Wil je de kanelsnurrer maken dan doe je het als volgt:

Deel het deeg in twee stukken en rol weer uit tot een vierkant van ca 30x45cm. Verdeel de helft van de vulling er over. Vouw nu vanaf de korte zijde een deel 1/3 naar binnen. Herhaal met de andere kant. Nu zal je deeglap ongeveer 30x11 cm meten. Snijdt in 15 stukken van ongeveer 2 cm breed. Rol deze deegrepen op tot een wokkel/schroef achtige vorm van ongeveer 20cm lang en vorm deze tot een knoop door een 8 te maken en de uiteinden eronder te stoppen. Leg ook deze weer op de met bakpapier beklede bakplaat, herhaal met de tweede portie, dek af met een vochtige theedoek en laat 20 minuten rijzen. Bestrijk met het eidooier mengsel en bak ze in ong. 8-10 minuten goudbruin.

Bron: Karoline’s Koekken. Arla Denemarken.


Velbekomme! [Eet smakelijk]

Vi ses! [Tot ziens]

Hendrika